Note: Downloads for rules and cheatsheets are supplied in both Dutch and English.

Mythen

Er bestaan vele mythen rond het spel Mahjong.
Hieronder enkelen daarvan.

En van de mythes over het ontstaan van het spel:

Een schrijver verklaarde het exacte geboortejaar van Mahjong te hebben getraceerd op 472 voor Christus, maar vergat te vermelden hoe hij aan die berekening kwam.

Een prinses aan het hof van Koning Wu (in de plaats die nu Ning-Po heet) zou het spel hebben uitgevonden om de verveling in het paleis te verdrijven.

Het koninklijke spel zou Pe‑ling hebben geheten en 2000 jaar lang voorbehouden zijn geweest aan keizers en hun vrienden.
De straf voor het spelen van het spel door lagere klasse zou onthoofding zijn geweest.

bronnen:
Mah-Jong, the Game of a Hundred Intelligences - Lew Lysle Harr (1922)
Het Nieuw Mahjong Boek - Jelte Rep (2009)

Saillant detail: Domino bestand al wel in deze tijd, maar kaartspelen waren nog niet uitgevonden.
En van de regelingen waar je punten voor kunt scoren is Pe‑ling eet Cake (De vogel eet cake), de mythische uitleg is als volgt:

Een machtige generaal was verzot op het spelen van Mahjong. Ooit had jij bij een spel vier drietallen compleet plus n Bamboe-1, de Heilige Vogel. Om het sluitpaar te vormen had hij een tweede Heilige Vogel nodig om het spel compleet te maken.

Helaas ... de gezochte andere Heilige Vogel kwam maar niet. Uiteindelijk claimde deze officier Mahjong toen Kringen-1 werd afgelegd. Kringen-1 is niet gelijk aan Bamboe-1, dus de andere drie spelers waagden het om voorzichtig te protesteren.

De generaal verdedigde zich door te wijzen op de prachtige symboliek van de Heilige Vogel (Chinese naam: Pe‑ling) die van de Hemel Cake krijgt aangereikt om in leven te blijven.

De anderen durfden de generaal niet tegen te spreken en accepteerden de Mahjong-formatie, en sinds die tijd is dat een algemeen gebruik geworden:

Wie naast vier complete drietallen n enkele Heilige Vogel bezit, mag Mahjong maken met
fwel Bamboe-Een (gewoon, reglementair)
fwel met Kringen-En. In dat laatste geval eet Pe‑ling cake.


Nergens ter wereld komt dit merkwaardige sluitpaar voor, alleen in Nederland.
Het werd in de jaren 1950 gentroduceerd in Eberhardts mahjongbijbel.
Het maakt tegenwoordig deel uit van de officile Nederlandse toernooiregels.

bronnen:
Mahjong in 144 regels (members.casema.nl/inno.frencken/144.htm)
Het Groot Mahjong Boek - Jelte Rep (2002)
www.mahjongmuseum.nl (Eberhardts mahjongbijbel)
In Suriname is Mahjong bekend als Mah‑Tjok.
Ook hier is er een mythe over het ontstaan van het spel:

Eeuwen geleden was er een Chinese keizer, die met zijn tenger gestalte, nooit uitblonk in de arena. Na ieder toernooi praatte hij zijn raadslieden dol over gemiste kansen. De man was bezeten van de zoete smaak van de overwinning, die hij maar niet kon proeven. Hij was te zachtaardig om de wreedheden van oorlog voeren te trotseren, dus voor hem geen oorlog en in de arena maakte hij met zijn tenger gestalte en gebrek aan spierkracht geen kans bij de krachtpatsers. De raadslieden hadden diep medelijden met hun keizer, maar konden niets voor hem doen.

Het verdriet van de keizer ontging de keizerin niet. Eens toen zij zijn verdriet niet meer kon aanzien, trok ze haar kleine stoute schoenen aan en sprak de keizer zo aan: Mijn keizerlijk-gemaal, U bent bezeten van eens te overwinnen. Waarom dan niet proberen met wat U hebt: nl. hersenen en vernuft, i.p.v. brute kracht en spieren die U niet bezit? Bedenk en maak zelf een spel, waarbij de hersenen en het vernuft i.p.v. spieren en brute kracht overwinnen. Met maar een beetje geluk maakt U dan kans om het zoet van de overwinning te smaken.

Daags daarna liet de keizer zijn 4 knapste raadslieden bij zich komen, die de opdracht kregen een spel te bedenken, waarmee hij met vernuft en geluk, zou kunnen winnen. De raadslieden begonnen vanuit het nulpunt stokken, hooivorken, poppetjes, rechthoeken en cirkels, in driehoekige arena's te tekenen. Toen de niet domme keizer zag dat het geteken tot niets zou leiden, ordonneerde hij, dat ze elk apart, bruikbare gegevens moesten gaan verzamelen, waartoe zij de 4 seizoenen (het hele jaar) de tijd voor kregen, daarna moesten ze, uit de verzamelde gegevens, binnen 1 week een spel in mekaar zetten.

Raadsheer no. 1, trok in de lente naar het oosten en logeerde bij een visser, die in een bamboe hut woonde. Het eerste dat hem elke morgen opviel, was het lieflijk gefluit van de bamboevogel dat klonk ais de melodie van het toen populaire lied "NEGEN STOKKEN MAKEN HET NEST VAN MIJN VOGEL" en dit gefluit ontspande hem zo volkomen, dat hij zich de keizer te rijk voelde. Tegen het einde van het seizoen, ging hij totaal verjongd en vol wijsheid, fluitend naar zijn keizer terug.

Raadsheer no. 2 trok in de zomer naar het zuiden en vond onderdak bij een noeste houthakker. Deze leerde hem de kunst van het snijden van cirkelronde schijfjes en dat in dank voor zijn hulp bij het vangen van de negentenige draak die, om Roodkapje te verschalken, zich helemaal rood had gekleurd. Echt een rode draak.

Raadsheer no.3, die in de herfst naar het westen trok, hielp een oude boer zijn akker ploegen, bij wie hij in de schuur mocht slapen. Als beloning voor zijn eerlijke hulp, kreeg hij van de oude boer een 9-daagse cursus in de taal van de wind en werd gewaarschuwd voor de gemene draak, die hij op de terug weg kon ontmoeten. Genietend van het ruisen van de wind door de bamboepollen, kwam hij, met zijn kennis van de taal van de wind, achter het geheim van de gemene draak. Deze kon nl. de kleur wit, niet onderscheiden. De raadsheer was daarom op zijn terugweg helemaal in het wit gekleed en ontmoette inderdaad de gemene draak, die tot zijn stomme verbazing, ook totaal wit was. Echt een witte draak dus.

Raadsheer no. 4, die de winter naar het noorden trok, vond onderdak bij een professor met een studerende zoon. Deze had het erg moeilijk in zijn studiehut aan de rand van het bos, waar de domme brullende draak hem van studie-concentratie afbrulde. De professor vroeg en kreeg spontaan hulp van de Raadsheer toegezegd. Deze begon terstond een bamboekorf te vlechten, vrij groot en grillig van vorm. Vader en zoon snapten er niets van maar waren er wel bij toen de Raadsheer, op de negende dag, de domme brullende draak toe fluisterde om iets leuks in de hut te komen zien. Argeloos stak de draak zijn kop de hut in en kreeg meteen de korf om zijn muil strak gebonden. Toen hij merkte dat hij gemuilkorfd was en niet meer kon brullen werd hij zo boos dat hij groen aanliep en sedert ook groen bleef. Zo werd de domme brullende draak een groene draak. Zoveel vernuft was de professor te veel en gaf daarom, als beloning, zijn eigen exemplaar van het meest geprezen boekwerk, getiteld "9 Chinese karakters in 4-voud in 4 dagen".

Toen de Raadslieden lieten weten dat ze waren teruggekeerd, werden ze door de keizer in zijn groene kamer ontboden. Ze werden aan een vierkante tafel gezeten, met op elke hoek een fraaie rode lotus bloem. De keizer luisterde aandachtig naar alle ervaringen, terwijl de Raadslieden de markante punten op een rijtje zetten,
a. De fluitende bamboevogel en het nest van 9 stokken,
b. De cirkelronde schijfjes van de houthakker;
c. De taal van de wind en de volgorde van de windstreken die zijn opgegaan;
d. De draken: rode, witte en groene;
e. Het boek van de 9 Chinese karakters.
Toen de ervaringen waren verteld, liet de keizer, bij elke rode lotus bloem, op de 4 hoeken van de tafel, een groene bij doen. Alle gegevens werden toen in een zeer hoge hoed geschud en na enige tijd kwam er, als uit een droom tevoorschijn: Het spel MAH‑TJOK.

De keizer was in de wolken met het spel. Korte tijd, na introductie door de Raadslieden, werd MAH‑TJOK of MAH‑JONGH, het spel der EDELEN.

Jaren later moest de keizerin, die nu met gezag tegen de keizer mocht spreken, weer ingrijpen, want eenmaal aan het MAH‑TJOKKEN geslagen, lieten de heren hun wederhelften dagen alleen. Dus vroeg en kreeg de keizerin gedaan, dat er regels voor een begin en voor een einde werden gemaakt. De verkregen inspraak bij de keizer, is door de latere keizerinnen niet prijs gegeven. Zo kreeg een van ze gedaan dat zij met de hofdames mocht MAH‑TJOKKEN.

Toen China relaties met andere landen aanknoopte ging ook MAH‑TJOK met de regeringsdelegaties over de grens. Eens toen de vrouw van een zekere Chinese generaal, haar seksegenote in een vergadering zag mee discussiren, trok zij de stoute schoenen aan en daagde haar moedige man uit om haar aan de MAH‑TJOK tafel te overwinnen of veroveren. De uitdaging werd aangenomen. Of de generaal de vrouw veroverde weten wij niet, maar vast staat dat van toen af de Chinese vrouw even hard als de man MAH-TJOKT.

Toen de Chinezen in de 20e eeuw het overbevolkte China uitzwermden, brachten ze hun MAH‑TJOK overal mee.

Het originele spel was in hout getst. De keizer liet voor zijn genoegen de stenen van ivoor maken. Rechthoekige ivoren steentjes van 2 X 3 cm bij een dikte van 2 cm. De minder gegoede edelen deden het met een platte ivoren laag van 1 cm dikte met een fraai ingezette bovenlaag van bamboe. Toen het volk zelf eraan begon, deden ze het met een platte laag van 1 cm been en een fraaie bamboe bovenlaag. Heden ten dage worden de stenen van been en namaak ivoor gemaakt_ Echter, geen ivoor, noch been of bamboe kan iets afdoen aan het genot dat MAH‑TJOK verschaft.


bronnen:
De spelregels van MAH‑TJOK of MAH‑JONGH
Populair en eenvoudig
te spelen door iedereen
ook de keizer en keizerin
zoals geschreven door SKWIN